Bier. Eigenlijk het perfecte recept van de zaterdagavond. En oke.. ook van de vrijdagavond. Soms ook nog wel van andere avonden. Vroeger lustte ik wel een goudgele rakker. Daar ben ik eerlijk in. Afgelopen zomer werd het ‘echte mannen drankje’ wel eens vervangen voor een baco. Gewoon. Leek me af en toe wel lekker.
Maar sinds ik terug ben van zomervakantie is het eigenlijk gestopt. Het drinken is er niet meer. Wel water, heel veel koffie en af en toe een sapje, maar geen druppel alcohol. Zelfs geen kersenbonbon.
Weet je, eigenlijk ben ik daar best tevreden mee. Behalve dat het goed is voor de lijn, wat nou bierbuikje?, is het ook nog eens goed voor mijn weekend. Geen brak gevoel meer op zaterdag en zondag. Niet die doffe klap in je hoofd, wanneer je ’s ochtends opstaat. Gewoon nog de kracht en energie bezitten om te sporten. Echt: het heeft voordelen.
Mijn vrienden zijn het hier niet mee eens. Ze zijn blij dat ik nu elke uitgaansavond de bob ben, maar hekelen het feit dat ik geen rare activiteiten meer uithaal. Ik gedraag me op een uitgaansavond. Denk aan de consequenties. Beland niet meer van de regen in de drup.
Zelf mis ik het niet. Het dronken zijn niet. Het gekloot op straat niet. En het verkloten van mijn weekend ook niet. Echte mannen doen volgens de reclame niets anders dan bier drinken. Nou.. Ik doe dat wel. Misschien word ik wel geen man. Ik word gewoon volwassen.